Diana Aben; Who’s That Girl?

Interview: Susanne Gijsbers

 

Diana Aben… who’s that girl?

Als kind wilde ze non worden. Ze studeerde milieukunde, leefde jarenlang in kraakpanden en werkte in de zorg. Ze trok wekenlang in haar eentje door de bergen en reisde de wereld rond. Lang leve de vrijheid! Tegenwoordig woont ze aan een lief jaren dertig pleintje in Haarlem, is ze getrouwd en leest ze haar dochter Ronja de Roversdochter voor. Vrijheid zit in jezelf, weet ze nu. Het hippiemeisje van weleer werd een toegewijde yogadocent.

 

Het begon allemaal op een flat in Voorburg, vier hoog achter, waar jouw moeder je als baby ieder dag, zomer of winter, buiten op het balkon zette…

‘Ja, iedere dag werd ik een half uur op het balkon ‘gelucht’. Mijn moeder had zelf last van astmatische bronchitis en zo zou ik sterke longetjes krijgen, dacht ze. Ik werd natuurlijk wel lekker dik ingepakt als het koud was. Ik houd erg van buiten en frisse lucht, dus misschien is dat daar begonnen.’

Wat was jij voor kind?

‘Ik ben de vrolijke middelste van drie. We woonden in een flat, maar ik speelde altijd buiten met mijn zussen en de buurtkinderen. Er was een groot grasveld en we rolschaatsten veel. We zaten alle drie op turnen. Het was een gewoon gezin. Er waren wel bepaalde huisregels waar we ons aan hielden, zoals je kamer opruimen. Tegelijkertijd was er veel vrijheid. Mijn ouders vonden het belangrijker dat wij gelukkig waren, dan dat we goed presteerden op school. We hoefden niet aan iets te voldoen. Ik was een kind dat lekker haar eigen gang kon gaan.’

Ben je religieus opgevoed?

‘Mijn moeder was religieus en voor het eten werd er gezamenlijk gebeden. Ik ging naar een katholieke basisschool. Dat religieuze paste wel bij me, de rituelen van de communie en het vormsel. De devotie ervan vond ik mooi en het ergens bij horen. Ik wilde ook een tijdje non worden. De eenvoud trok me. Leven met alleen een stoel, een tafel en een bed. Ergens afgelegen wonen, in een kleine gemeenschap, goed doen voor anderen en dan lekker buiten in je moestuin werken. Ik zag dat helemaal voor me.’

Heb je als kind een bijzondere ervaring van vrijheid of verbondenheid gehad?

‘Ja, dat was op turnkamp. De eerste keer dat ik daar heen ging was ik negen jaar. We aten en sliepen in grote legertenten. Er werd aan lange tafels gegeten. Er waren actieve buitenactiviteiten en spannende droppings. Het samen buiten zijn en de verbondenheid met elkaar, dat vond ik heel speciaal. Ik ging ieder jaar. Als ik thuis kwam, had ik altijd heimwee naar het kamp.’

Op je achtste gingen je ouders uit elkaar, en op je dertiende ging je bij je vader wonen, wat voor invloed had dat op jou?

‘Het was ook voor mijn moeder erg zwaar denk ik, zij stond ineens alleen voor de opvoeding van drie kinderen. Ze kon dat uiteindelijk niet aan. Mijn zussen en ik werden toegewezen aan mijn vader. Het was best een roerige periode. Ik heb me er toen waarschijnlijk wat voor afgesloten. Vanuit het idee: laat mij nou maar gewoon lekker mijn eigen ding doen. Ik was bezig met school, turnen, mijn vriendinnen.’

Er was niet veel geld in het één-oudergezin…

‘We hadden het niet breed, nee. Ik had daarom op mijn veertiende al een baantje. Soms leende mijn vader geld van me. Ik leerde daardoor wel de waarde van geld kennen. Voor twee gulden kon je een biertje kopen, maar ook een heel brood. Ik spaarde ijverig al wist ik niet waarvoor. Tot een tante me met oud en nieuw vroeg wat ik ging doen met al dat geld. “Ik wil wel naar Australië,” zei ik uit het niets. Mijn vader had een zus in Australië. Daar werd over gepraat en het klonk ver weg en weids, misschien was het daarom.’

Was het ook een verlangen om te reizen?

‘Het was een combinatie van dingen denk ik, nog niet heel gericht. Het verlangen om grenzen te verkennen, om wat van de wereld te zien en om in de natuur te zijn. Mijn eerste reis leidde trouwens niet naar Australië, maar naar Amerika. Na mijn VWO, ik was nog 17, ben ik met mijn toenmalige vriendje naar Amerika gegaan omdat zijn broer afstudeerde. Daar heb ik de bergen leren kennen.’

Wat deden die bergen met jou?

‘Het was een ontdekking van de natuur. De ruigheid ervan, de ruimte, vrijheid, de tijdloosheid. De Rocky Mountains, zoiets indrukwekkends, zoiets groots. We kampeerden in het Earth First camp. Dat is een netwerk van ecologisch gedreven mensen. Ik voelde me daar direct thuis. Met elkaar om het kampvuur, samen met mensen die dezelfde ideeën deelden over de omgang met de aarde en de natuur.’

Diana bergen met rugzak bij meer

 

Een jaar later reisde je in je eentje door Australië. Je was 18 jaar, wat ontdekte je daar over jezelf?

‘Ik maakte in mijn eentje een rondreis door Australië. Je bent los van alles. Dat is iets heel geks eigenlijk. Op iedere nieuwe plek kon ik iemand anders zijn. Van wild feestbeest tot rustig teruggetrokken typje. Ik voelde dat er geen remmingen waren. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn, besloot ik daar.’

Hoe is dat dan, jezelf zijn?

‘Ik doe de dingen zoals ik ze doe. Los van verwachtingen van anderen. Ik kan voelen of iets klopt. Soms stromen dingen een bepaalde kant op en dan ben je daar en dan denk je toch: nee. Ook al ziet het er van de buitenkant nog zo mooi uit, als het voor mijn gevoel niet klopt, stop ik er mee.’

Je ging milieukunde studeren…

‘Ja, ik wilde de wereld redden. Ik deed de specialisatie milieucommunicatie. Het leek me zo simpel. Als iedereen weet hoe je afval moet scheiden, dan doe je dat toch gewoon? Ik heb een keer een videofilm gemaakt. Daarin liet ik zien dat we allemaal wat minder moeten willen, minder doen, minder kopen, minder verbruiken… Dat zeg ik nu eigenlijk nog steeds, met mijn meditatieve yoga lessen. Less is more…’

Minder verbruiken, dat heb je zelf in praktijk gebracht. Negen jaar lang woonde je in kraakpanden, ook periodes zonder water en elektra…

‘Ja, op de houtkachel stond altijd een grote ketel. Zo had ik warm water. Via de regenton vingen we water op, waarmee we het toilet doorspoelden. In mijn fietstassen vervoerde ik petflessen met drinkwater. Het ging prima. Het geeft een gevoel van vrijheid als je zelfvoorzienend bent. Ik timmerde ook zelf mijn eigen bed.’

Jij leefde de vrijheid…

‘Ik heb me altijd heel vrij gevoeld en vrij geleefd. Ik reisde veel. Liftend met een geliefde naar Noorwegen. De eenvoud van het kamperen en de vrijheid van gewoon doen waar je zin in hebt, is heerlijk. Toen ik achter in de twintig was heb ik zes weken lang in mijn eentje een trektocht door de Pyreneeën gemaakt. Alles wat ik had, had ik op mijn rug. Voor een week had ik eten bij me, daarna zocht ik een bergdorpje op om weer wat in te slaan. Daar voelde ik de rust en de ruimte van het pure ‘zijn’. Om gewoon in het gras te luieren in de zon, zonder doel. Of de vreugde voelen van een vernuftige oplossing bedenken; een waterzak die ik had bewerkt zodat hij om mijn heupriem paste.’

Voelde je je nooit alleen?

‘Als je alleen bent, beleef je alles veel intenser. Ik kan heel goed alleen zijn. Maar het was ook heel fijn om iemand tegen te komen. De vreugde van een ontmoeting met iemand anders beleef je dan óók heel intens.’

Hoe matchte die hang naar vrijheid met zoiets als de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een baan?

‘Met milieukunde word je uiteindelijk vaak opgeleid tot beleidsmedewerker. Een negen tot vijf baan was niets voor mij. Ik ben andere dingen gaan doen. Ik ben o.a. reisbegeleider bij SNP geweest. Ik heb gekookt voor groepen op Afrikaanse dansvakanties, ik heb in een natuurvoedingswinkel gewerkt. Ik deed vooral veel vrije, blije dingen. Omdat ik niet veel uitgaf, had ik ook niet veel geld nodig.’

Wanneer kwam je voor het eerst in contact met yoga?

‘In het tweede jaar van mijn studie milieukunde (1992) liftte ik met mijn vriendje door Ierland. Daar kwamen we in een hippie community terecht. Ik volgde er één yoga les. Het bezig zijn met je lijf en de ontspanning, ik voelde meteen dat het klopte. De rust die ik met yoga vond in mezelf, was fijn.’

Toch duurde het nog een tijd voor je aan de opleiding tot yogadocent begon…

‘Na mijn studie ben ik eerst andere dingen gaan doen. Gaandeweg kwam ik erachter dat ik liever in de zorg werkte. Iets betekenen voor anderen, in contact staan met mensen, dat gaf en geeft me veel voldoening. Ik heb een aanvullende SPW opleiding gedaan. In diezelfde periode ben ik met de yoga opleiding begonnen. In het derde jaar van de opleiding ontdekte ik dat ik het lesgeven heel leuk vond. Mijn baan in de zorg en het geven van yoga lessen, deed ik naast elkaar. Ik heb vijftien jaar in Haarlem in de Janskliniek gewerkt, een verpleeghuis voor ouderen. Het yoga docentschap ging een steeds grotere rol spelen. Pas onlangs heb ik besloten om me hier volledig op te richten.’

Welke vorm van yoga spreekt jou aan?

‘Ik heb de Okido Yoga opleiding gedaan. Het is een dynamische vorm van yoga, met een praktische toepasbaarheid in het dagelijks leven. Nadat ik een kind had gekregen, was ik vaak heel moe. Ik vond het moederschap best zwaar, vooral het aangeven van grenzen en de regelmaat die een kind nodig heeft. Ik was ook vaak kribbig. Ik wilde meer ontspanning ervaren en mijn emoties beter onder controle hebben. Daardoor ben ik me meer voor het meditatieve deel van yoga gaan interesseren. Ik kwam in contact met Yoga Nidra, dat is een liggende vorm van yoga waarin je een diepe ontspanning kunt bereiken.’

Hielp Yoga Nidra jou om meer te ontspannen?

‘Ja heel erg. Ik voelde me veel fitter, de stress loste op. Ik werd meer een observeerder van mezelf en van mijn gedrag. Ik leerde om bij mezelf te blijven en ik herkende nu emoties in plaats van eraan overgeleverd te zijn. Ik werd daardoor een veel leukere moeder. Ik was er zo enthousiast over dat ik me er steeds verder in ging verdiepen.’

Wat doe je tegenwoordig?

‘Ik geef behalve mijn meditatieve yoga lessen ook iedere maand dagen over Yoga Nidra, Shavasana en iRest® aan yoga docenten. Ik heb onlangs een online cursus gelanceerd: ‘21 Dagen Ontspannen’, zodat mensen ook vanuit huis profijt kunnen hebben van deze prachtige, wetenschappelijk onderbouwde technieken. Op zoek naar samenwerking heb ik me een paar jaar geleden bij HOF20 aangesloten, op een mooie plek in het hart van Haarlem. Het is fijn om deel uit te maken van dit team. Ieder met zijn eigen expertise. Dat werkt inspirerend en verbindend.’

Wat voor yoga juf ben je?

‘Ik schep de voorwaarden, ik faciliteer de ruimte waarin de oefeningen kunnen plaatsvinden. Als mensen een verbinding met mij voelen is er ook het vertrouwen om de oefeningen toe te laten. Dan kan ik een stapje terug doen en doen de oefeningen hun werk. Het is een innerlijk proces dat zich bij de deelnemers afspeelt, daar hoef ik verder niet tussen te staan. Soms daag ik iemand wel uit, of probeer ik iemand uit zijn comfortzone te halen. Maar altijd op een respectvolle manier. Ik hoop dat de deelnemers in mijn lessen ervaren dat ze er in hun diepste wezen mogen zijn. Alles wat er van binnen gebeurt en voorbij komt, mag er zijn. Vanuit het idee dat je jezelf volledig verwelkomt in wie je bent.’

Nu woon je in Haarlem, je bent getrouwd en hebt een dochter van 10, hoe gaat de hippie in jou om met die beknotting van je vrijheid?

‘Het kan fantastisch lijken om zo vrij te leven als ik heb gedaan, maar het kan ook heel leeg zijn als er geen verbondenheid met anderen is. Dat ervaarde ik nadat ik ruim vijftien jaar geleden in Haarlem kwam wonen. Ik had geen vaste baan, geen vaste relatie en geen vaste woonruimte. Ik ademde, dat was de enige zekerheid die ik had. Ik wilde wél een relatie. Ik ontmoette Floris en we hebben samen een dochter gekregen, Franka. Het is een ander leven. Natuurlijk beknot je dat in je doen en laten. Maar werkelijke vrijheid zit toch in jezelf.’

Hoe dan?

‘Het hoeft allemaal niet zo groots. Soms denk ik: mag het wat minder met die hele geluksfactory? Als het erop aankomt, zit het geluk in de kleine dingen. Als ik Franka voorlees uit onze favoriete boeken, Ronja de Roversdochteren Juniper. Of als we met de buurtjes op het pleintje waar we wonen een vuurtje stoken. Of laatst in de auto op weg naar Frankrijk, eindeloos meezingen met de Dire Straits…’

Je bent verlicht…

‘Hahaha, nee hoor, helaas. Ook ik loop tegen belemmeringen op. In mijn uiterlijke leven heb ik heel vrij geleefd. Van binnen heb ik me ook vrij gevoeld. Toch merk ik dat ik zelf nog niet altijd alles kan verwelkomen wat er in mij is. Sommige gevoelens stop ik nog liever weg. Ik vind het soms moeilijk om dingen aan te kaarten als ik gekwetst of boos ben. Maar als ik gevoelens weg stop, verkrampt er iets van binnen. Het stroomt niet meer. Het lukt me steeds beter om dat te herkennen en te observeren, met een glimlach tegenwoordig.’

Heb je je bestemming gevonden?

‘Ik heb me altijd verbonden gevoeld met mijn eigen kracht of kern. In de keuzes die ik maakte, heb ik me vaak laten leiden door mijn intuïtie. Ik kan nu zien hoe al die wegen samenkomen in mijn leven. Alles is op zijn plek gevallen, verbonden met elkaar. Het klopt allemaal, met wie ik ben en waar ik nu ben.’

 

 

 

November 2018 Susanne Gijsbers,  www.verhaalvormen.nl